top of page
  • Instagram
  • TikTok

We willen goedkoop skiën. Maar niet zoals vroeger.

24 sep
4 minuten om te lezen

Tachtig euro voor een dagje skiën. Of meer. De skipasprijzen voor winter 2026/2027 zijn bekend en de gebruikelijke verontwaardiging kan weer beginnen. Skiën wordt onbetaalbaar, vroeger was alles beter en de skigebieden zijn kennelijk vastbesloten ons financieel uit te kleden.

Alleen is de hamvraag; willen we eigenlijk wel terug naar de wintersport van vroeger?

Willen we weer terug naar die tweepersoonsstoeltjeslift waarin je met een dekentje over je benen een kwartier lang zat te verkleumen? Tegenwoordig ploffen we immers in een verwarmde stoel die eruitziet alsof hij rechtstreeks van een raceschool komt, trekken we de bubbel naar beneden en laten we ons met een behoorlijke snelheid naar boven vervoeren.

En vervolgens klagen we dat de skipas zo duur is geworden.

Wat krijg je eigenlijk voor die 80 euro?

Maar eerlijk is eerlijk, de prijzen liegen er niet om. Voor het komende seizoen betaal je in Ski Arlberg in het hoogseizoen €85 voor een dagpas. In Sölden loopt de kassaprijs op tot €86,50 en in Ischgl betaal je €83. Dat zijn de officiële tarieven voor volwassenen in winter 2026/2027.

Voor dat geld krijg je tegenwoordig wel iets anders dan dertig jaar geleden. Snellere liften, meer capaciteit, uitgebreidere sneeuwproductie en pistes die met moderne machines worden geprepareerd. Ook de voorzieningen op de berg zijn veranderd. Wie een beetje door een groot Oostenrijks skigebied loopt, komt eerder een luxe restaurant tegen dan het houten hutje waar je vroeger met een natte jas en een lauwe chocolademelk zat. En super luxe; je kunt er tegenwoordig zelfs vaak pinnen i.p.v. passief agressief bordje met daarop "NUR BAR".

Dat is geen gratis vooruitgang. Een moderne gondelbaan kost miljoenen, sneeuwproductie vraagt om enorme investeringen en al die installaties moeten worden onderhouden en bemand. Natuurlijk wil de exploitant dat terugverdienen.

De lift is beter. Maar skiën we ook beter?

Neem die verwarmde stoeltjeslift. Heerlijk. Geen koude billen, geen bevroren vingers en dankzij de bubbel hoef je niet meer met je gezicht in de sneeuwstorm te zitten. Maar de echte verbetering is dat je sneller boven bent. Waar vroeger een tweepersoonslift eindeloos heen en weer pendelde, vervoert een moderne achtpersoonslift een veelvoud aan wintersporters.

Minder wachten, meer skiën. Daar betaal ik graag voor.

Maar er zit ook een keerzijde aan. Als een lift veel meer mensen naar boven brengt, moeten die mensen ook ergens naar beneden. Een capaciteitsverhoging kan een wachtrij oplossen en tegelijkertijd een piste drukker maken. Een splinternieuwe lift is dus niet automatisch een betere skidag.

Bovendien heeft niet iedere wintersporter behoefte aan honderden pistekilometers en het nieuwste van het nieuwste. Voor wie de hele dag dezelfde vijf mooie afdalingen skiet, voegt een verbinding met het volgende dal misschien weinig toe. Terwijl die verbinding wel miljoenen kost.

De grote gebieden verkopen ons steeds meer mogelijkheden. Maar hoeveel daarvan gebruiken we eigenlijk?

De schnitzel is optioneel

Er bestaat geen enkele Oostenrijkse wet die voorschrijft dat je iedere middag een schnitzel ter grootte van een deurmat moet bestellen. Neem gewoon eens een bammetje mee naar boven. Scheelt je zo twintig euro aan lunch. Bovendien hoef je na je vakantie niet de rest van de winter aan de Spa Blauw om die extra kilo's er weer af te krijgen.

Hetzelfde geldt voor die drie biertjes op het terras, de dagelijkse apfelstrudel en de après-ski waarbij je aan het einde van de middag niet meer precies weet hoeveel rondjes je hebt betaald. Allemaal leuk. Allemaal onderdeel van de wintersportbeleving. Maar niet noodzakelijk om lekker te skiën.

Wie zes dagen lang twintig euro per dag bespaart op zijn lunch, houdt €120 over. Daarmee heb je een aanzienlijk deel van je skipas alweer terugverdiend. Zonder één afdaling minder te maken. Overigens een onmogelijke uitdaging voor mijn vrienden die eigenlijk om 10:00 uur nadat ze net boven zijn gekomen al aan de Apres Ski willen beginnen.

Het wordt natuurlijk een ander verhaal als je met een gezin van vier op wintersport gaat. Dan tikken de vaste kosten stevig aan. En een gezin dat al jaren dezelfde accommodatie boekt, kan weinig aan de gestegen skipasprijzen veranderen.

Toch is ook daar een belangrijk verschil tussen de prijs van een dagpas en die van een meerdaagse skipas.

In Ski Arlberg kost een zesdaagse pas komend seizoen €395. Dat is omgerekend €65,83 per skidag. In Ischgl betalen gasten met de juiste gastenkaart €385 voor zes dagen, oftewel €64,17 per dag.


Nog steeds serieus geld, maar wel iets anders dan zes keer €85. En wie flexibel is, kan verder besparen. Sölden werkt bijvoorbeeld met dynamische prijzen. Wie vroeg online boekt, betaalt minder dan aan de kassa. Daar staat tegenover dat je bij zo'n vroeg geboekte skipas minder flexibel bent als het weer tegenvalt of je plannen veranderen.


Willen we werkelijk terug naar vroeger?

Het sterkste argument tegen al die prijsverhogingen is dat wintersport voor steeds meer mensen moeilijk betaalbaar wordt. Het ironische is, dat het vroeger ook al voor heel veel mensen onbetaalbaar was. Vooral voor gezinnen die gebonden zijn aan schoolvakanties en niet even een weekje buiten het hoogseizoen kunnen boeken.

Maar we moeten ook niet doen alsof de wintersport van vroeger hetzelfde product was voor minder geld. We zijn gewend geraakt aan een serviceniveau waar onze ouders alleen maar van konden dromen. Snel naar boven, goede pistes, comfortabele liften en liefst ook nog een sneeuwzeker seizoen. We willen die luxe niet meer kwijt.

En misschien zit daar wel de werkelijke verklaring voor onze frustratie. We willen de prijzen van vroeger, de voorzieningen van nu en het liefst ook nog de rust van toen.

En voor wie die €85 echt niet kan verantwoorden: de oefenweide heeft vaak een gratis lift. Kun je voor het uitgespaarde geld meteen aan de après-ski beginnen.

 
 
SNØWED | 2026
bottom of page