Het beste skigebied van Oostenrijk? Na drie uur ben je er klaar mee.
Ergens diep in Oost-Tirol ligt een skigebied dat zo ongeveer alles verkeerd doet wat een modern Oostenrijks skigebied volgens de marketingafdeling goed zou moeten doen.
Het is klein, ligt niet bepaald naast de snelweg, heeft geen après-ski van betekenis en beschikt over liftinfrastructuur die op sommige plekken inmiddels rijp is voor een plekje in het Technisches Museum Wien.
En toch is dit precies zo'n gebied waar je een keer naartoe wilt. Niet omdat het zo'n heerlijk authentiek verborgen pareltje is — die term mag wat ons betreft samen met de eerste sleeplift definitief met pensioen — maar omdat je hier nog iets kunt doen wat in sommige grote Oostenrijkse skigebieden steeds meer op een contactsport begint te lijken.
Skiën. Gewoon skiën. Zonder dat je iedere drie bochten hoeft te controleren of er een Duitse familie in formatie achter je aan komt.
Er is alleen één probleempje: na drie uur heb je het eigenlijk wel gezien.
Eerst een eind rijden. Daarna nog verder omhoog.
St. Jakob ligt in het Defereggental, een dal waar je niet per ongeluk terechtkomt. Je moet er bewust naartoe rijden. En wanneer je denkt dat je er bijna bent, mag je nog even verder.
Het dalstation van de Brunnalmbahn ligt op ongeveer 1.400 meter. Dat is prettig, want terwijl lagergelegen skigebieden zich bij een warme winter afvragen hoeveel kunstsneeuw ze nog uit hun spaarrekening kunnen persen, begin je hier alvast op een serieuze hoogte.
Natuurlijk is 1.400 meter geen garantie op sneeuw. Maar het helpt.
Het betekent ook dat je eerst naar die 1.400 meter moet rijden. Bij verse sneeuw kan dat een interessante kennismaking worden met de grip van je winterbanden. Wie nog nooit sneeuwkettingen heeft gemonteerd, krijgt hier mogelijk de gelegenheid om dat onder lichte tijdsdruk en met bevroren vingers alsnog te leren.
Beneden staan twee sleepliften voor beginners. Prima geregeld. Je kunt hier rustig oefenen zonder dat je meteen de halve berg af moet. Bovendien is het fijn dat er nog plekken bestaan waar een kind kan leren skiën zonder dat de ouders daarvoor eerst een tweede hypotheek hoeven af te sluiten.
Kun je al skiën? Dan stap je in de Brunnalmbahn. Een klassieke gondel. En met klassiek bedoelen we natuurlijk oud, maar dan op een manier die vriendelijker klinkt in de brochure.
Gelukkig brengt hij je naar iets wat wél bijzonder leuk is: de dalafdalingen.
Die zwarte piste is de rit al waard
De dalafdalingen van St. Jakob zijn verrassend goed. Vooral de zwarte afdaling door het bos is er eentje waar je met plezier nog een keer voor omhoog gaat.
Geen fantasieloze kilometerslange blauwe verbindingsweg waarop je halverwege begint te twijfelen of je misschien toch beter had kunnen langlaufen. Gewoon lekker skiën, tussen de bomen, met voldoende uitdaging om wakker te blijven.
Ook de andere dalafdalingen zijn prima. En dat is belangrijker dan het klinkt. In genoeg skigebieden is de dalafdaling vooral iets wat je aan het einde van de dag ondergaat omdat je auto nu eenmaal beneden staat. Hier kun je er daadwerkelijk voor je plezier naartoe.
Maar we willen hoger.
En dan komen we bij de Mooserbergbahn.
Lieve mensen.
Die lift stamt uit 1988. Toen had Oostenrijk nog geen euro, stond George Michael bovenaan de hitlijsten en vonden mensen het een goed idee om met enorme schoudervullingen rond te lopen.
Dat laatste is inmiddels grotendeels opgelost.
De Mooserbergbahn niet.
Het is een oude tweepersoonsstoeltjeslift die je nodig hebt om verder het gebied in te komen. Een ritje waarop je alle tijd hebt om de bergen te bewonderen, de weersverwachting voor volgende week te bestuderen en na te denken over je pensioen.
Dat het ding nog functioneert, is natuurlijk prachtig. Dat je er als moderne skiër nog steeds in moet zitten om bij een van de leukste gedeelten van het gebied te komen, is wat minder prachtig.
En nee, niet iedere lift hoeft verwarmde stoelen, een windkap en een USB-C-aansluiting te hebben. Maar een beetje doorstroming zou fijn zijn.
Vervang. Dat. Ding.
En dan sta je ineens op een vrijwel lege piste
Want eenmaal boven blijkt waarom we überhaupt de moeite hebben genomen om hierheen te rijden.
Richting de Leppleskofel, op 2.683 meter, ligt het gedeelte waarvoor je naar St. Jakob komt. Sportieve pistes, moderne stoeltjesliften en afdalingen die je met plezier vijf keer achter elkaar doet. De Leppleskofelbahn werd in 2022 geopend. Een moderne zespersoonsstoeltjeslift, met verwarmde stoelen en weerkappen. Kijk, ze kunnen het dus wel.
En het mooiste? Er is bijna niemand.
Tenminste, op de dagen waarop wij hier het liefst skiën. Dat is geen wetenschappelijk onderbouwde garantie dat je tijdens de krokusvakantie in je eentje de berg hebt. Maar de combinatie van de afgelegen ligging en het relatief kleine gebied lijkt hier wel degelijk in je voordeel te werken.
Terwijl je in populaire skigebieden soms het gevoel krijgt dat je op een besneeuwde A2 terecht bent gekomen, kun je hier heerlijk doorpakken. Zwarte piste naar beneden. Snelle lift omhoog. Nog een keer.
Geen slalom tussen complete skiklassen, geen mensen die midden op de piste hun volledige lunchplanning bespreken en geen influencer die eerst vijftien minuten nodig heeft om de perfecte foto van haar nieuwe skipak te maken.
Gewoon een heerlijke piste en een lift die je weer snel naar boven brengt. Dit is precies het soort skiën waarvoor je naar Oostenrijk rijdt. En ironisch genoeg heb je er helemaal geen tweehonderd pistekilometers voor nodig.
34,8 pistekilometer of 23,7. Kies maar.
Over de omvang van St. Jakob zijn de verschillende websites het niet helemaal eens. Osttirol Tourismus vermeldt 34,8 pistekilometer, terwijl Skiresort.nl uitkomt op 23,7 kilometer. Dat scheelt bijna de helft. Voor een klein skigebied is dat nogal een verschil.
Osttirol Tourismus
Nu zijn pistekilometers sowieso een prachtige uitvinding van de wintersportmarketing. Met een beetje creatief meetwerk kun je van een overzichtelijke berg een indrukwekkende bestemming maken. Maar of St. Jakob nu 23,7 of 34,8 kilometer heeft, verandert weinig aan de ervaring. Het. Is. klein.
En na een uur of drie heb je de leukste afdalingen wel een paar keer gehad. Je kent de weg, je hebt de zwarte pistes uitvoerig getest en de Mooserbergbahn heeft inmiddels voldoende gelegenheid gehad om je een existentiële crisis te bezorgen .
Daar komt nog bij dat St. Jakob helemaal niet zo goedkoop is. Voor seizoen 2025/2026 kostte een dagkaart €70. Dat is serieus geld voor een gebied waar je relatief snel bent uitgekeken.
Lunchen en wegwezen
Het mooie van St. Jakob is dat je helemaal niet hoeft te doen alsof je er de hele dag wilt blijven. Na drie uur lekker skiën pak je een lunch, trek je je skischoenen uit en gooi je je spullen in de auto. Een halfuurtje later sta je in Matrei, waar je de middag doorbrengt in het Großglockner Resort Kals-Matrei. Daar ligt een aanzienlijk groter skigebied op je te wachten, met een heel ander karakter. Nieuwe pistes, andere uitzichten en nog een paar uur om je benen definitief naar de ..... te helpen.
Dus, het beste skigebied van Oostenrijk?
Misschien zijn we met z'n allen iets te veel gaan geloven dat een goed skigebied vooral groot moet zijn. Meer pistes, meer liften, meer restaurants, meer van alles. Liefst verbonden met nog drie andere dorpen, zodat je tijdens je wintersportweek ook een keer een volledige dag kwijt kunt zijn aan het bereiken van de andere kant.
St. Jakob doet daar niet aan mee. Hier vind je een handvol uitstekende afdalingen, een paar moderne liften op precies de plekken waar je lekker wilt doorskiën en een rust die je in de bekende Oostenrijkse wintersportfabrieken niet altijd meer tegenkomt.
Het is niet perfect. Die oude stoeltjeslift moet echt weg. En als je uitsluitend voor St. Jakob een hele week naar Oost-Tirol rijdt, ben je waarschijnlijk op dag drie wel klaar met je vakantieplanning.
Het beste skigebied van Oostenrijk? Geen idee. Na drie uur waren we alweer weg.

